spreken liever hun eigen taal uit angst.
Veel Britten durven in het buitenland geen buitenlandse taal te spreken, uit angst dat ze dan ‘dom’ klinken, blijkt uit recent onderzoek. In een artikel in de Britse krant The Observer verzet de vertaler Michael Hofmann zich tegen deze angst van zijn landgenoten. Door vreemde talen te vermijden sluiten ze zich af van een groot deel van de wereld, meent Hofmann: “De zogenaamde ‘wereldtaal’ Engels wordt slechts door 7% van de aardbewoners gesproken; 75% van de mensen spreekt geen Engels. Talen behoren tot de oudste, diepste, geheimzinnigste, meest gedachtenrijke menselijke uitvindingen. Minachting of gebrek aan belangstelling voor anderen lijkt mij geen beschaafde of zelfs maar verdraagbare stand van zaken.”
Volgens ons geldt ditzelfde in nog veel grotere mate voor onze oosterburen. Duitsers zijn in Nederland al geneigd om gewoon Duits te spreken, terwijl het Nederlands en het Duits toch veel op elkaar lijken. Dit gaat op voor zowel de woorden als de stuctuur van de zin. Het heeft er natuurlijk ook mee te maken dat wij ze (daardoor) doorgaans wel verstaan. Wanneer ze naar een willekeurig vakantieland gaan zullen ze ook overgaan op het Engels of, als ze het beheersen, de locale taal, omdat het anders lastig wordt om duidelijk te maken wat men wil.


